Het Noord-Nederlandse kustgebied, onderdeel van het vroegere Magna Frisia, heeft een opvallende groep gouden ringen uit de 8e en 9e eeuw opgeleverd. Binnen deze vondsten nemen de ringen van Hichtum, Menaam, de collectie Haedeke, Minnertsga, Het Hogeland, Blessum, Tytsjerk, Sumar en Dokkum een bijzondere plaats in.
Deze ringen waren waarschijnlijk meer dan kostbare sieraden alleen. Zij lijken ook een symbolische, religieuze en mogelijk zelfs politieke betekenis te hebben gehad. Dat maakt ze extra interessant, omdat zij dateren uit een periode waarin Friesland zich bevond op het snijvlak van oude tradities en een nieuw geloof.
Juist daardoor lijken de ringen zich tussen twee werelden te bevinden. Ze zijn niet volledig geworteld in oudere voorchristelijke tradities, maar tonen ook nog niet de volledig uitgewerkte christelijke beeldtaal van de latere middeleeuwen. In plaats daarvan laten zij een unieke combinatie zien van lokale Friese symboliek, Noordzee-invloeden en christelijke voorstellingen.
De ringen vertonen opvallend veel overeenkomsten in vorm, techniek en compositie. Dat wijst erop dat zij waarschijnlijk deel uitmaakten van een gedeelde Friese of Noordzeegerichte traditie.
Vrijwel alle exemplaren zijn vervaardigd uit goud en zullen daarom eigendom zijn geweest van leden van de Friese elite. Veel ringen hebben een verbrede ringkop met een ronde, kruisvormige of vierlobbige opbouw.
Bij verschillende exemplaren is gebruikgemaakt van niëllo, een donkere metaalmassa waarmee gegraveerde lijnen werden gevuld. Hierdoor ontstond een krachtig contrast tussen goud en zwart, waardoor afbeeldingen beter zichtbaar werden.
De combinatie van goud en niëllo sluit aan bij Angelsaksische goudsmeedkunst uit dezelfde periode. Toch bezitten de Friese ringen een duidelijk eigen karakter. Hun voorstellingen zijn vaak abstracter, geometrischer en symbolischer dan vergelijkbare objecten uit Engeland of het Frankische gebied.
De afbeeldingen op de Friese ringen zijn vaak moeilijk eenduidig te interpreteren. Juist dat maakt dit corpus zo fascinerend.
In de vroegmiddeleeuwse kunst van het Noordzeegebied liepen dierfiguren, geometrische patronen, religieuze symbolen en abstracte tekens vaak in elkaar over. Dieren konden veranderen in ornamenten, gezichten in geometrische patronen en religieuze symbolen in decoratieve motieven.
Dat lijkt ook bij de Friese gouden ringen het geval te zijn.
Een eerste groep ringen wordt gekenmerkt door:
kruisvormige indelingen;
abstracte symbolen;
amandelvormige velden;
sterke symmetrie;
mogelijk niëllo-inleg.
Vooral de ringen van Hichtum en Menaam laten zien hoe belangrijk de compositie zelf kon zijn. Het kruis lijkt hier niet alleen een religieus symbool te zijn, maar vormt tevens de structuur waarop de gehele voorstelling is gebaseerd.
De ring van Menaam neemt daarbij een bijzondere plaats in. Het centrale kruis wordt omgeven door vier velden met abstracte tekens die mogelijk verwijzen naar oudere beeldtradities. Hierdoor lijkt de ring een overgangsmoment zichtbaar te maken tussen een bestaande Friese symboliek en een nieuwe christelijke wereld.
Op de ringen van Minnertsga, Blessum, Tytsjerk en Sumar verschijnt een viervoetig dier dat doorgaans wordt geïnterpreteerd als het Agnus Dei, het Lam Gods.
Indien deze interpretatie juist is, vertegenwoordigen deze ringen een verder ontwikkelde christelijke iconografie.
Toch blijft voorzichtigheid geboden. De vroegmiddeleeuwse beeldwereld was zelden eenduidig. Het is daarom niet uitgesloten dat oudere symbolische tradities mede hebben bijgedragen aan de vormgeving van deze voorstellingen.
Vooral Minnertsga en Sumar zijn in dit opzicht interessant, omdat het Lam Gods hier wordt gecombineerd met aanvullende figuren die ook elders in het corpus voorkomen.
Een van de meest opvallende motieven binnen het corpus is het frontale gezicht of masker.
Dergelijke figuren verschijnen op:
de ring uit de collectie Haedeke;
Minnertsga;
Het Hogeland;
Sumar;
mogelijk ook in sterk gestileerde vorm op Menaam.
De betekenis van deze figuren is onzeker.
Zij kunnen worden geïnterpreteerd als beschermfiguren, wachters, evangelisten, heiligen of als voortzettingen van oudere Noordzeegermaanse beeldtradities.
Wat vaststaat, is dat zij een van de sterkste verbindende elementen binnen het corpus vormen.
Het vogelmotief verschijnt duidelijk op de ring van Het Hogeland en mogelijk ook op de ring van Dokkum.
Binnen een christelijke context kunnen vogels verwijzen naar evangelisten, hemelse begeleiding of spirituele bescherming. Tegelijkertijd spelen vogels al eeuwenlang een belangrijke rol binnen Noord-Europese kunst en mythologie.
Juist deze dubbelzinnigheid maakt het vogelmotief zo interessant. Het lijkt zich te bevinden op de grens tussen oudere en nieuwere betekenislagen.
Bij meerdere ringen speelt de vierdeling of vierpas-compositie een belangrijke rol.
Deze opbouw is zichtbaar bij:
de collectie Haedeke;
Minnertsga;
Het Hogeland;
Sumar.
Opvallend is dat vergelijkbare composities ook voorkomen binnen Angelsaksische elitekunst. Een bekend voorbeeld is de negende-eeuwse ring van Æthelwith uit de collectie van het British Museum.( zie foto hieronder)
De afbeeldingen verschillen sterk, maar de wijze waarop de voorstelling wordt opgebouwd vertoont interessante overeenkomsten.
Dit betekent niet dat de Friese ringen rechtstreeks van Angelsaksische voorbeelden zijn afgeleid. Wel laat het zien dat zij deel uitmaakten van een bredere Noordzeewereld waarin ideeën, religieuze symboliek en artistieke concepten werden uitgewisseld.
Wanneer alle bekende ringen naast elkaar worden gelegd, ontstaat de indruk dat zij gebruikmaken van een gedeelde visuele taal.
De maskers van Haedeke, Minnertsga en Sumar.
De kruisstructuren van Hichtum en Menaam.
De vogel van Het Hogeland.
Het Lam Gods van Minnertsga, Blessum, Tytsjerk en Sumar.
De menselijke figuur van Dokkum.
Hoewel de betekenis van veel motieven nog onduidelijk is, lijken zij samen te wijzen op een iconografische traditie die nauw verbonden was met de Friese elite tijdens de periode van de kerstening.
Juist daarom vormen de Friese gouden ringen niet alleen een verzameling losse vondsten, maar mogelijk een van de meest bijzondere en nog onvoldoende onderzochte corpora uit het vroegmiddeleeuwse Noordzeegebied.
Aethelwith ring Anglo-Saxon 9th century (coll.British Museum)